Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonde afwascht, verwijst hij naar het bijbelwoord: »de doop neemt geen onreinheid van het vleesch weg, maar is een verbond van een goed geweten met God».1) Van den kinderdoop wil hij niet weten. Immers de doop is niets anders dan eene verandering van leven, een afsterven van het wellustige vleesch; en daar een klein kind nog geen meester is geworden over zijn vleesch, kan er bij dat kind ook geen sprake zijn van het vleesch te dooden. Bovendien heeft het bevel des Heeren in Matth. XXV1I1 »gaat dan henen, onderwijst alle de volkeren, dezelve doopende* enz. betrekking op den doop na belijdenis. Tenslotte: de doop is vrij en ieder moet voor zichzelf beslissen, of hij zich wil laten doopen of niet; daarvan is natuurlijk bij een kind geen sprake.

Grosz was een vertegenwoordiger van die Doopsgezinden, die ernst maakten met het gebod : »gij zult niet dooden' , en die daarom alle gewelddaad, strijd en oorlog verafschuwden. Naar hijzelf verhaalde, was hij uit Waldshut verbannen, wijl hij het bevel der overheid om uit te trekken en aan de boeren te Zeil gewapende hulp te brengen, 2) niet had willen gehoorzamen. butzer, die van de Straatsburger predikanten verreweg het handigst was in het voeren van een twistgesprek,3) en daarom, gelijk nu door den Raad van zijne eigen stad, ook later meermalen door de overheid elders werd te hulp geroepen om tegenover de Doopsgezinden op te treden, Butzer ontdekte hierin terstond een zwakke plek bij den tegenstander. Want terwijl hijzelf den kinderdoop niet op grond van de Schrift wist te verdedigen, zag hij hier eene schoone gelegenheid om den Doopsgezinde in de engte te

i) Gbosz beroept zich hier op Luther's onjuiste vertaling van 1 Petr. III vs 21: niet i Cor. III, zooals ten onrechte in het afschrift der verhoorsakten staat en door CornelIUS, /.c., II, s. 269 en GerberT, lx., s. 17 wordt overgenomen.

') Zie over de houding van Waldshut in den boeren-oorlog, LoseRTH, Archiv f 'ur österr. Gescfi., 77, S. 65—8i.

3) Vergel. wat Capito hieromtrent 26 December 1526 aan Z wingli schreef, Zw. opp., VII, p. 579.

Sluiten