Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drijven en bij de overheid verdacht te maken. Daarom kwam hij terstond op dit punt terug cn vroeg Grosz, of hij dan aan de overheid gehoorzaamheid durfde weigeren, waarop deze antwoordde, dat hij voor zijn persoon de bevelen der overheid in alle dingen, waarover zij krachtens hare roeping te gebieden had, wilde opvolgen, dat hij ook wel de wacht wilde houden, het harnas aanleggen en de spiets in de hand nemen, ') maar dat hij weigerde iemand dood te slaan, want dit werd in geen gebod van God voorgeschreven. Toen legde butzer hem zeer gevat de vraag voor, of hij dan de overheid, als zij het zwaard voert, wel Christelijk noemde. Grosz, de strikvraag doorziende, zeide : »Rutzer wollc wi die hand im Sac/c erwüschcn« 2) en trachtte zich uit de moeilijkheid te redden door te verklaren, dat het niet aan hem stond dit uit te maken, maar dat hij het oordeel daarover aan den Heer liet. Hoe hij over de overheid moest oordeelen, scheen hem zelf niet geheel duidelijk te zijn. Ofschoon hij bezwaar maakte de overheid, die het zwaard voert, ( hristelijk te noemen, was hij toch van meening, »dasz der weltlich oberkeit das schittert den b'ósen zur straf und den guteti sur ufbawitig geben und befohlen ist«. Hij weigerde beslist aan de overheid een eed af te leggen op grond van Jezus' verbod Mt. V.

l)e magistraat, wien het boerenoproer nog versch in het geheugen lag, en die daarom de Doopsgezinden met wantrouwen gadesloeg, trachtte bij dit verhoor gewaar te worden of er ook een onderling verbonu ^ooals bij de boeren) tusschen hen bestond. Maar zulk eene onderstelling wierpen zij verre van zich. Wel kwamen zij nu en dan tezamen, maar

*) Zoo verklaarden Grosz en een geloofsgenoot van hem te Groningen, toen zij daar in den herfst van 1525 gevangen lagen, dat zij te Waldshut wel bereid waren geweest om belasting te betalen, wachtdienst te verrichten en verschansingen te bouwen, maar niet om wapenen te dragen, Ec.lt, Zïiricher Wiedcrtiiufer, S. 44.

CoRNfcLius, l.c., II, S. 269 leest wuschen; in M. A. H. E., I, fol. 339 staat echter erivüschcn. Erwischen beteekent te pakken krijgen; Einem die Hand im Sack erwischen, iem. betrappen. Grimm, Deutsches IVörterbuch, IV*, 341. Hier: er in laten loopen.

Sluiten