Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprake. Nergens vinden wij bij hem de vraag besproken, hoe de verhouding moet zijn van de gemeente tot de wereld en hare instellingen, overheid, krijgsdienst, belastingen enz., eene kwestie, die juist door SaTTLER's aanhangers voor eene zaak van overwegend belang werd gehouden, getuige het vierde en zesde artikel van de Broederl. Vereeninge.

Hiermee staat hunne verschillende waardeering van den doop in nauw verband. Volgens SATTLER werd de geloovige door den doop op belijdenis opgenomen in de gemeente der heiligen. Evenals voor de Zuricher Doopsgezinden, was voor hem die doop van groote beteekenis: »Tauff inlybet, all glaubig inn den lyb Christi, daruffer ein haupt ist*. >) ÜENCK daarentegen hechtte niet veel waarde aan de sacramenten, ■) daar zij voor hem niet meer waren dan uitwendige teekenen; men moest ze alleen in acht nemen, voor zoover zij tot de stichting van anderen bijdroegen. 3) Aan OECOLAMFADlUS schreef hij, October 1527, dat hij vroeger nog te veel beteekenis had toegekend aan ceremoniën als den doop. llij uitte zijne meening in de merkwaardige woorden: .Fructum autem alium non requiro, (Dominus novit) quant ut quamplurimi uno corde et ore Deunt et l'atrem Domini nostri Jesu Christi glorificarent, sive circumcisi, sive baptizati, sive neutrum. Longe enim ab illis dissentio, qui regnum Dei nimium ceremoniis et elementis Mundi adstringunt, quicumque illi sint*. 4)

DENCK's geringe waardeering van gemeente en doop is toe te schrijven aan den grooten invloed, dien de mystiek, met name de geschriften van TaULER, de Duitse/te Theologie en de Navolging van Christus op zijne denkbeelden hebben gehad. Immers alle mystiek leidt tot godsdienstig individualisme en tot onverschilligheid voor kerk of gemeente. Een mysticus ontkent, dat de goddelijke genade aan de sacra-

i) röhrich, Z. h. Th1860, S. 31.

») Heberi.e, St. a1855, S. 882.

«) Heberle, St. Kr.. 1851, S. 160.

4) Keu.ek. Ein Apostel der Wiedertaufcr, S. 25:

Sluiten