Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan zou Hij ook zeer onrechtvaardig de menschen straffen voor slechte daden, waarvan niet zij, maar Hijzelf de bewerker is. ') Dknck bestrijdt verder de »valsche« Christenen, die zeggen, dat zij niets kunnen doen dan hetgeen God in hen werkt.2) God had de zonde kunnen voorkomen; dan had Hij echter den mensch moeten dwingen als een willoos wezen *als een steen of een blok hout.«j) Maar dit wilde God niet. Integendeel, van den aanvang af heeft Hij den mensch geheel vrijgelaten om het goede of het booze te kiezen, gelijk ook de Schrift betuigt, Gen. II |i6, 17], Deut. XXX [15], Jerem. XXI [8]. 4)

DENC K had zich dus hierin beslist voorstander van den vrijen wil verklaard. Bij het twistgesprek deed hij echter zijn best 0111 zijn gevoelen niet zoo scherp te doen uitkomen. Want hij zag wel in, dat een ernstig meeningsverschil met CELLARIUS hem onvermijdelijk met de predikanten in botsing zou brengen, waarvan het waarschijnlijke gevolg zou zijn, dat hij uit de stad verbannen werd. En dit wenschte hij zoo mogelijk te voorkomen. Daarom gaf Denck zich alle moeite om Cellarius niet door tegenspraak te prikkelen, trachtte hij de geschilpunten te ontwijken en allen nadruk te leggen op datgene, waarin zij overeenstemden. Denck kon dit bij de bespreking van een onderwerp als de voorbeschikking of den vrijen wil eerder bereiken dan bij eenige andere kwestie. Want al zullen twee menschen het over dit vraagstuk wel nooit geheel eens worden, daar »het van ieders bijzonder karakter afhangt, of hij de zedelijke vrijheid van den mensch of het albestuur van God het diepst gevoelt«,5) zoo vormen hunne overtuigingen toch ook nooit eene volkomen tegenstelling. Geen van hen is in zijne beschouwing consequent: de voorstander van den vrijen wil blijft steeds aan Gods voorzienigheid gelooven en de verkondiger van

') Denck, IVas geredt sey, a II.

s) Ibidem, A II.

s) FrüIN, Tien Jaren, bl. 322.

') Ibidem, A IV. 4) Ibidem, b III.

Sluiten