Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustig aanzien, dat zijne broeders werden gevangengenomen, terwijl hijzelf vrij rondliep. Daarom vroeg hij een onderhoud met CaI'ITO en Butzkr om hen te overtuigen, dat zijne denkbeelden geheel in overeenstemming waren met de Schrift en hen daarna over te halen hun invloed ten gunste van zijne aanhangers te gebruiken. Dit gesprek werkte natuurlijk niet veel uit, maar werd toch op geheel anderen toon gevoerd dan dat van Denck met de predikanten. Zoo kon sattler niet lang daarna aan Capito en Butzer schrijven: »wie ich ze nechst mitt uch geredt hab in brüderlicher zucht und früntlichkeit von etlichen articklen, so ich mitt sampt minen briidern und schwestern verstanden haben us der Schrifft, namlich des nüwen testaments. Ir aber als die gefragten mitt glicher zucht und früntlichkait über solliche geantvvort», enz. Toen sattler zag, dat zijne poging vruchteloos was, oordeelde hij, »(das) on sunderlich lesterung Gottes (sines) blibens nitt mer hie (sei)«. Hij schreef toen aan beide predikanten »zijne dierbare broeders in God« een afscheidsbrief,') waarin hij op dit gesprek terugkwam en zijne verwondering te kennen gaf, dat zij zijne geloofsbelijdenis, die hij hier in een twintigtal punten nog eens kortclijk uiteenzette, niet in overeenstemming met de Schrift vonden. Hij besloot zijn brief met eene bede 0111 barmhartigheid voor zij ne gevangen broeders.2)

sattler is welhaast door Haetzer gevolgd. Deze was er

l) Hij Röhrich, Z. h. Th., 1860, S. 31.

*) Eenige maanden later stierf hij te Rotenburg den marteldood. In hem verloren de Doopsgezinden een hunner edelste voorgangers, die door zijn deugdzaam leven, strenge tucht en bezielend woord ivergel. o.a. zijn brief uit de gevangenis aan zijne gemeente te Horb) zelfs nog lang na zijn dood een heiligenden invloed op zijne geloofsgenooten heeft geoefend. De laatste oogenblikken van zijn leven worden ons geschilderd in een lied van elf strophen, dat alleen in Hollandschen tekst is bewaard, in Itet Offer des Heeren. de oudste verzameling Doopsgezinde martelaarsbrieven en offerliederen, Biblioth. Reform. Neerlandica, II, bl. 67 vgg, en dat den titel draagt: Een liedeken, gemaect wt de Relijdinge van Michiel Satler. Na de wijze: I11 Oostlandt willen wij varen, Ofte: O Rat van avontueren.

Sluiten