Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dc aandacht. Er werd zelfs verteld, dat te Straatsburg een opstand dreigde. Tegen dit gerucht kwam CAl'ITO met beslistheid op: »Anabaptistae hic nondum cessant, neque obsunt tarnen, nisi quod in futurum simplicibus est prospiciendum. Nostra Respublica tranquillima est, de qua, nescio qui tristem famam sparserunt. Nulla omnino ne suspicio quidem seditionis fuit. Hortulani pauci ad quorundam delationem ducti fuerunt, et in alterum forte mensem detenti, quoad palam factum est, indicem falsum esse, qui eos in suspicionem vocaverat. Alioqui civibus otium fuit, quos non conturbat judicii severitas. Hoe vere scribo, mi frater.« ') Ook elders werden de Doopsgezinden, hoewel geheel ten onrechte, meermalen van plannen tot oproer verdacht. Al konden ook de voorspellingen van enkelen hunner, die op grond van de profetieën in den bijbel de spoedige komst van het rijk van Christus en de vernietiging der goddeloozen aankondigden, wel tot zulk een argwaan aanleiding geven, wij vinden in hunne verhooren en in hunne eigen geschriften toch niets, wat dien argwaan kan wettigen.

Ofschoon CaHTO wel begreep, dat van de Doopsgezinden geen opstand en omwenteling te duchten was, bleven zij toch voor hem een voorwerp van ergernis en onrust. 8 April 1527 schreef hij aan ZwiNOLi: »Hic agminatim [Anabaptistaej prodeunt pejoribus dogmatibus instructi. Praecipua autem cura istis nostris est, ut Verbi autoritatem excindant. Nunquam cogitatione consequi potuissem, quae coram experimur. Tentatio Domini gravissima est. Quod enim per tyrannos Satan, id ista infami hominum pertinacia, praetextu amoris erga religionem conficit, nimirum ut alibi (te Worms) vi et hic ingenio verbi usus eliminetur. Verum enimve~o fore confido, ut omnia in Dei gloriam cedant«.2) CAl'ITO denkt in den voorlaatsten zin aan het optreden van Denck en

»)

Capito aan Zwikgli, 28 Februari 1527, Zw. off., VIII, p. 30. Zw. off-i VIII, p. 44

Sluiten