Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter heeft zij er wel toe bijgedragen allen, die den toenemenden aanwas der Doopsgezinden met tegenzin en onrust aanzagen, nog meer tegen hen op te zetten en ook de overheid, die er reeds over dacht krachtiger tegen hen op te treden,') in haar voornemen te versterken. Tegen het einde \an Juli vaardigde de Raad dan ook een plakkaat uit, waarbij aan alle onderdanen in de stad en op het land werd gelast voortaan geen Doopsgezinden meer te huisvesten noch te spijzen of te laven.2) De gronden voor dezen maatregel verdienen onze aandacht; want daarin komt uit, in hoeverre het oordeel, dat de overheid zich over de partij van Denck — immers zij wekte den meesten aanstoot — had gevormd, overeenstemt met dat van Capito en Bl'tzer, die beiden Denck's geloofsgenooten als uiterst gevaarlijke lieden hebben voorgesteld. »Nach dem sich diser zeit zu verhinderung und abwendung des göttlichen bevelchs, vil secten und irriger leere erheben und namlichen, mit ettlichen personen, die widerteuffer genannt, so under irem schein, vor andern ( hristen ein fromm leben zu furen fiirgeben, aber dobey zuwider aller göttlicher und Evangelischer geschritïft die oberkeit, so den guten zu schutz, und den bösen zur strafif, von Gott ingesetzt christlich zu sein allein nit bekennen, sonder auch darneben ettliche ungegründte böse fürnemen entgegen den Artikeln, so zu underhaltung gemeins nutzes lieb frid und einigkeit dienstlich, ufifgcsetzt, und von Gott zuthun nit verbotten sindt, fürhaben, und als zerlrenner und beleydiger eins Christlichen und einhelligen wesens, uff iren hartnickigen köpffen beharren, und keiner underwysung sich settigen wollen lassen — demnach so gepieten wir mit hohem ernst.« enz. Wie het bevel van den Raad overtrad, zou naar behooren worden gestraft.

Het scheen de overheid ernst te worden. Niet alleen Doopsgezinden werden gevangen genomen, maar ook burgers, die

') Z-M. opp., viii, p. 76.

') Bij Röhbich, Z. h. Th., 1860, S. 33.

Sluiten