Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hijzelf zondigde. Weliswaar voelde hij aanvechtingen tot zonde, maar de heilige Geest onderdrukte ze. Toen Butzer hem op de bede uit het Onze Vader: »vergeef ons onze schulden« wees, geraakte de andere daardoor niet in verlegenheid ; immers dit gebed was den apostelen gegeven, voordat zij den heiligen Geest hadden ontvangen; na het Pinksterfeest hadden zij dan ook niet meer aldus gebeden. Hijzelf kon dit ook niet, omdat hij zich van geen zonde bewust was. •)

Toen de gevangenen eenige dagen later nogmaals werden verhoord, trachtten de predikanten opnieuw hen tot beter inzicht te brengen, welke pogingen niet geheel zonder uitwerking bleven: een hunner, Adam Schnider uit Monolsheim (Mundelsheim bij Straatsburg) beleed, dat hij gedwaald had. De anderen volhardden bij hunne overtuiging, «wollen bei Christo bleiben und sich nicht anders unterrichten lassen«. Dat die bekeeringspogingen over het geheel weinig succes hadden, blijkt ook uit een brief van butzer van 12 Januari 1530, waarin hij aan ZwiNGU een bekeerden Doopsgezinde aanbeval met de woorden: »nam unus et primus mihi quidem obvenit, qui ex perdita ista Catabaptistarum haeresi plane resipuerit.s 2)

Midden October werd weer eene vergadering overvallen in een huis »aan de Kade«.3) Hiermede had de overheid een goede vangst gedaan, want, al was het aantal deelnemers

') Deze Doopsgezinde, die ongetwijfeld een volgeling van Denck was, had de denkbeelden, die deze in zijn boekje Vom Gesetz Gottes, A VIII, verg. Heiserle, St. Kr., 1851, S. 162 uitspreekt, niet zonder ze te overdrijven, verder uitgewerkt. Hieruit blijkt wel, »dat de geschriften van Denck, waaruit ook thans nog den lezer een adem van hooge gedachten en edele gevoelens tegenwaait, toch ook uitingen bevatten, die tot bedenkelijke gevolgtrekkingen kunnen leiden* (RoTH, l.c.. S. 224), vooral bij minder edele en reine naturen dan Denck.

s) Zw. off., VIII, p. 392.

ó) Auszügc aus tien Vergichtb'uchcrn, bij CoRNKLILS, l.c., II, S. 271, vergel. ook S. 273.

Sluiten