Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marbeck was ingenieur geweest aan de bergwerken in het Beneden-Inndal. Om des geloofs wille verdreven, had hij zich eerst een tijdlang in verschillende steden van ZuidDuitschland opgehouden en zich ten slotte naar Straatsburg begeven. Hier werd hij met andere Doopsgezinden in October 1528 gevangen genomen. Maar hoewel hij zijn huis voor de bijeenkomsten zijner geestverwanten had opengesteld, werd hij niet zooals de anderen met verbanning gestraft, doch weer op vrije voeten gelaten, omdat de overheid van zijne praktische bekwaamheden nog veel voordeel hoopte te trekken. 1 lij had haar namelijk aangeboden de dicht bevolkte stad, waarin groote schaarschte aan timmerhout heerschte, van dit onmisbare bouwmateriaal te voorzien. Op zijn raad had de magistraat groote bosschen aangekocht, eerst in het Kinzigthal en later in het Ehnthal (thans Klingenthal). Het gekapte hout bracht Marbeck langs waterleidingen, voor dien tijd op hoogst vernuftige wijze aangelegd, in vlotten ter bestemder plaatse. ') Deze arbeid buiten de stad is de oorzaak, dat er in de volgende jaren niets omtrent hem wordt meegedeeld. Eerst in 1531 schijnt hij zich voor goed te Straatsburg gevestigd te hebben ; want in de tweede helft van dat jaar noemt bützer zijn naam herhaaldelijk in zijne brieven aan Ambrosius Blaurer en diens zuster margaretha, die veel met dezen Doopsgezinde op had. 2)

Het kostte Butzer groote moeite de overheid te bewegen tegen Marbeck op te treden. Ofschoon hij reeds in Augustus diens gevangenneming had aangekondigd, 3) bleef deze toch

*) Decas fabularum, humani gencris sortem, mores, ingenium, varia studia, inventa ah/ue optra, adumbrantium per JoANNEM wai.chii'm. Straatsburg 1609, in Z. h. Th., 1860, S. 16.

s) «Peregrinus ille (marueck), quem nostra margaketha quoque nonnihil mirari coeperat.« butzer aan blaurer, 19 Januari 1532, bij cornelius. lx.. II, S. 261.

3) butzer aan marg. blaurer, 31 Aug. ' 5 .>1 ■ «Der guten frawen so den BïLgram also hoch haltet. mügt Ir wol sagen das sich nit zu versehen ist das er die lenge In diser art (geriiert l.c., s. 99, leest onjuist: Stadt) blybe dnnn er erst yn kurzeu ettliche geteufft hat.« Thes. Baum., IV, p. 114.

Sluiten