Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde zijn de gemeenschap van allen, die het Evangelie beleden, zooals het door hare predikanten verkondigd werd, en aan de door hen bediende sacramenten deelnamen; ook onbekeerden en zondaars waren er in opgenomen. De gemeente van de Doopsgezinden daarentegen wilde in navolging der apostolische eene zichtbare gemeenschap van heiligen zijn, d. i. eene vereeniging »van vromen en rechtschapenen, niet door dwang, maar vrijwillig, doordat God hen had doen wedergeboren worden, bijeen vergaderd'. Alleen zij, die zich in waarheid bekeertl hadden en voor goed met hunne zonden wilden breken, behoorden tot de gemeente. Zij meden de prediking en het avondmaal in de staatskerk, omdat daartoe ook lieden werden toegelaten, die nog in hunne dagelijksche zonden leefden.') Dit denkbeeld nu, dat de kerk eene gemeenschap van vromen, die zich van de wereld afscheidden, moest zijn, nam Capito over, al achtte hij thans den tijd voor die gemeente van heiligen nog niet gekomen. »Velimus, nolimus«, schreef hij aan müsculus, »concedamus oportet secessionem piorum a mundo, aut in Christum violenti deprehendemur. Ceterum reluctor secessum meditantibus, quod eo spiritu nondum sint, qui donis luculentis se consortibus pietatis comprobare possit.«

Naar de meening van Bitzkr, die eene volkskerk wenschte, konden zulke beschouwingen over een afgesloten kring van vromen niet anders dan twist en verdeeldheid zaaien. Daarom deed hij zijn best om zijn ambtgenoot die verderfelijke denkbeelden uit het hoofd te praten, en spoorde hij BlaüRER aan 0111 hetzelfde te doen : «Vide ut cum Capito ad te venerit, ut libere eum a peregrinis dogmatis maxime de intempestiva et periculosa divisione populi Dei dehorteris. Te alicuius facit et multum viro prodest dum videt quod probent boni. Ex hac distinctione jam eo ventum est, ut Peregrinus neget

') Vergel. de getuigenis van eenige Doopsgezinden, waarschijnlijk uit 1530, in M. A. //. F.., I, fol. 307 »sy giengen nicht in unsere kirchen, darumb das es daiin unordlich zugang, und man gang darein oder darausz, dasz man uichts destoweniger fluch, schwör und in allen laster lige«.

Sluiten