Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verspreiden over het twistgesprek met HOFMANN, 't welk ons het meeste belang inboezemt. Butzer en HöFMANN hebben elk een verslag ervan uitgegeven. Het geschriftje van Hokmann bevat eene uitwerking van de stellingen, door hem op de synode verdedigd, maar is lang niet zoo uitvoerig als het boekje van Butzer, ') dat eene breede weerlegging van Hokmann'S beweringen geeft.

Men zou verwachten, dat Butzer in de eerste plaats den hoeksteen van HoFMANN's overtuiging, zijn chiliasme, zou hebben aangevallen, daar toch door de voorspellingen omtrent de aanstaande wederkomst van Christus de meeste verwarring was gesticht. Maar dit is niet geschied. Waarom Butzer dit niet gedaan heeft, is mij niet duidelijk. Wel heeft hij in de inleiding van zijn verslag op het gevaarlijke van die profetieën gewezen. Hij schrijft, dat Hokmann getuigd had : »wie Rom das geystlich Babyion, das also Straszburg das geystlich Jerusalein sie. Darauff er auch immer tringet, nit allein in mundtlichen leeren, sonder auch inn allen seinen Schrifften, und besonders inn seinen auffrürischen treumen, die er von einem einfeltigen albaren menschen Lenhart Josten der etwan seiner sinnen verrücket und deszhalb hie im Spital inn banden gelegen ist, und dan auch von dises weib, das gleich sofil geijsts Gottes hat, zusammen gelesen, und im truck zweymal hat lassen auszgohn. Ausz disem Hierusalem, schreibt er, sollen die junckfrawlichen Apostolischen botten, hundert tauset und vier und viertzig tauset auszgohn, unnd den bundt und tauff des wasserbadts über alle welt füren. Und disz solle nun sich anheben, dann er schreibet, das disen sommer die zeit der verfolgung seiner tauff und bundtbrüdern ausz sie, und der bluttautf iiber die sie verfolget haben, anghen solle, doch solle Straszburg vor belegeret und

') Zie over dit boekje van Butzkr, waarvan begin Juli tegelijk eene Hoogduitsche en eene Nederlandsche, en in November 1533 eene Nederduitsche uitgave verscheen en dat opgedragen is aan »den lieben frommen Christen in Niderland,» en over Hofmann's geschrift: Leendsrtz, l.c., bl. 295 vgg.

Sluiten