Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avondmaal naast elkaar gingen zitten. Dat de niet-gedoopten, die tenslotte werden toegesproken, ook daaraan deelnamen, acht ik niet waarschijnlijk. Misschien nuttigden zij, een weinig afgezonderd, de meegebrachte spijzen. Het schijnt meermalen gebeurd te zijn, dat ook niet-leden in de vergadering werden toegelaten. De vrouw verklaarde tenminste, dat zij in de gemeente van Schlettstadt verscheidenen kende, die den doop nog niet ontvangen hadden, maar alleen in de godsdienstoefening kwamen luisteren, want dat de Doopsgezinden iemand eerst doopten na een proeftijd van een half jaar. Er bestond geen goederengemeenschap onder hen. Wel hadden zij een soort van gemeentekas, waaruit behoeftige broeders werden ondersteund en van elders verdreven geloofsgenooten, die in dezen kring tijdelijk eene wijkplaats zochten, werden onderhouden en voortgeholpen. Om aan zulk eene broedervertoeving deel te nemen getroostte men zich niet weinig moeite en ongemak. In sommige streken stelde men daardoor zelfs zijn leven in gevaar. Vandaar, dat zij de gezamenlijke godsdienstoefening zoo hoog waardeerden en zoo lang bijeenbleven; de bijeenkomst, die de vrouw beschreef, moet wel langer dan vier uren geduurd hebben.

Daar de gevangenen voor den rechter gewoonlijk elke aanduiding of mededeeling omtrent inrichting en leven der gemeente weigerden, zal men hoogst zelden eene zoo aanschouwelijke beschrijving eener godsdienstoefening vinden. De waarde daarvan wordt nog verhoogd, doordat zij overgedrukt is uit de oorspronkelijke verhoorsakte, ') waarin de schrijver van het gerecht te Colmar de woorden der gefolterde vrouw uit haren mond heeft opgeteekend.

Om nog een andere reden dan de reeds genoemde is de bekentenis dezer vrouw van groote beteekenis. Zij schetst ons de stemming van Doopsgezinden in den Midden-Elzas in den tijd, toen het vuur van de geestdrift, door Hofmann in de Nederlanden ontstoken, hoe langer hoe verder om zich heen

l) Zij bevindt zich iu het stedelijk archief te Colmar, Scr. K. LaJ. j.

ii

Sluiten