Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schwören; die Sabbather, so den Sabbath wieder uffgericht haben und die Miinsterschen. Die alle acht er nit für seine Brüder». ')

Deze Doopsgezinden hebben tot eene afzonderlijke partij behoord »de Philippers«,2) aldus geheeten naar hun voorganger Philips van Straatsburg, denzelfde, die door de verhoorden beurtelings pliiu' plakrmel (afkorting van Blauarmel ï\veil er blaue Aermel trugt) philip LOYERN en philips burner wordt genoemd. Vermoedelijk had hij zich die verschillende namen gegeven om de overheidspersonen, die hem wilden aanhouden, op een dwaalspoor te brengen. Hij had zich in 1527 of 1528 aan het hoofd van een aantal geloofsgenooten uit Zwaben en Wurtemberg naar Moravië begeven en daar eene eigen broederschap gesticht, die tot een ledental van ongeveer tweehonderd aangroeide. Zijne helpers in Auspitz waren Blasy Kuhn uit Bruchsal (waarschijnlijk dezelfde als Bi.ESY kaümauff) en Adam SchleGEL, die zich ook onder de verhoorden bevond. De vervolging, die in 1535 over de Doopsgezinden in Moravië uitbarstte, dwong hen, zooals ik reeds zeide, naar Zuid-Duitschland terug te keeren, op welken terugtocht er verscheidenen werden gegrepen, die te Passau gevangen werden gezet en daar in den kerker jammerlijk zijn omgekomen. 3) Hunne leidslieden zijn blijkbaar aan de waakzaamheid der Beiersche soldaten, die op de doortrekkende Doopsgezinden loerden, ontsnapt. Volgens Beck 4) hebben deze Philippers zich in Zwaben neergezet.

1) Röhrich, Z. h. ThiSóo, S. 101: hij plaatst het verhoor van Schlegf.I. ten onrechte op 15 April 1535. want in Wkncki.r's afschriftenlmndel staat duidelijk 1536. Zur Linden, S. 36^ verbist zich eveneens, wanneer hij schi.egel een Melchioriet noemt

2) Zie over de »Philippers« Beck, l.c.. s. 71 en Loserth, Der Communismus der Mahrischen Wiedertaufer^ S. 6 ff.

3) Zie over deze Passauer gevangenen en hunne in de gevangenis gedichte liederen »den Stamm der tauferischen Dichtung in Deutschland«: Wolkan, Die Lieder der Wiedertaufer, 1903. S. 28 ff.

4) Beck, lx. S. 72.

Sluiten