Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn dood geheel niet de Straatsburger Kerk heeft verzoend. Blesdijk beweert zelfs, dat hij zijne dwalingen schriftelijk heeft herroepen. Hij was tot het inzicht gekomen, aldus zou hij in dit stuk beleden hebben, dat de kinderdoop niet, zooals hij vroeger meende, door Paus nlcolaus was ingevoerd, maar reeds van den tijd der apostelen af had bestaan. De bediening van den kinderdoop in de Straatsburger Kerk was dus volstrekt geen reden om de gemeenschap met haar te verbreken; ja, zoo hij zelf kinderen bezat, zou hij niet aarzelen hen in de kerk te brengen en daar te laten doopen. Dienovereenkomstig zou hij zijne aanhangers bezworen hebben zich in deze zaak niet langer onwillig en weerbarstig te betoonen ; verder zou hij zijne vroegere meening, dat de moedwillige zonden der bekeerden onvergeeflijk zijn, voor eene dwaling hebben verklaard, ja zelfs zijn lievelingsdenkbeeld, zijne leer van de menschwording van Christus, hebben herroepen. Al had hij ook in zijne geschriften en op de Straatsburger synode de leer van Ll'ther en ZwiNGLl omtrent praedestinatie en vrijen wil bestreden, toch had hij nooit gemeend, dat de mensch uit eigen kracht zonder de bijzondere genade van Christus de ware gerechtigheid kan erlangen. Wanneer hij vroeger in zijne prediking en geschriften denkbeelden had verkondigd, die met deze zijne bekentenis niet overeenstemden, dan, zoo zou hij ten slotte hebben verklaard, wilde hij ze voortaan in het licht van zijne laatste belijdenis opgevat zien. Zijne volgelingen spoorde hij aan zijn voorbeeld te volgen, opdat de verderfelijke scheiding in de Straatsburger Kerk eindelijk zou ophouden en de weg tot de ware eendracht zou worden gebaand, daar de predikanten van hun kant beloofd hadden de gebreken, die het predikambt aankleefden, te verhelpen. Maar al mocht 't gebeuren, dat zij hun woord niet gestand deden, of dat hunne vrome bemoeiingen mislukten, hij van zijn kant zou in zijn ijver om de zuivere leer te bevorderen, om de ware Christelijke gebruiken en eene strenge kerkelijke tucht te handhaven, tot aan zijn dood toe volharden.

Sluiten