Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dasz sey also geteufft werden, wie obgemelt, und wen ich selbst kinder hette, so wölt ich sey in solcher gestalt tauffen lassen.

Von der sünd in h. gcyst, oder zum Todt oder hofifertigen mutwilligen sünden, hab ich an etlichen orthen geschriben, das sey alle ewich kein vergebung haben sollen, da fynd ich eynen weyteren underscheit, das sey nit alle auff das ewig gondt, sonder etliche aufif zeitliche straff hie, und doch in gener welt vergebung haben, wie man von dem hurer list i Cor.V.

Vom freyen willen wart gesagt in der disputation ob ich hielte, das ausz eygner krafft der mensch einen freyen willen hette, do sprach ich Ja, aber nit mit solcher krafft olm Gottes gnade mein meynung zu der zeit gewesen ist, dann ich wol bekenne das niemants etwas usz eigener krafft vermach, wie geschriben steht, sonder alles ausz Gottes gaben und gnaden«.

Melchk)r h( )fman\.

Darunder steht: »Ich Melchior Hokmann hab dies bekant und underschibcn mit eigener hand anno 1539».

Blijkbaar is dit een afschrift van het oorspronkelijke stuk. Het blijft 1111 nog de vraag, of deze verklaring van HoFMANN niet is vervalscht in de hoop van daardoor invloed op diens aanhangers te krijgen. Maar zulk een daad is toch niet te verwachten van mannen als de Straatsburger predikanten. Bovendien pleit de inhoud van het stuk voor zijne echtheid. Immers Hokmann heeft alleen zijne beschouwingen omtrent den doop en de zonden der bekeerden, beide denkbeelden, die hij van de Straatsburger Doopsgezinden had overgenomen, herroepen. Wat hij omtrent den vrijen wil verklaart, had hij ook in zijn verslag van het twistgesprek met Butzer in 1533 met nadruk verkondigd. Als de predikanten werkelijk eene bekentenis van hofmann hadden willen vervalschen, dan zouden zij het ongetwijfeld wel zoo hebben voorgesteld, alsof hij zijne meest gevaarlijke en kettersche leerstukken, zijne chiliastische verwachtingen en zijne menschvvordingsleer, als dwalingen had erkend. Juist in deze herroeping van denk-

Sluiten