Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Cai.vijn en de Doopsgezinden.

Ge lijk wij zagen, hebben de predikanten bij hunne bekeeringspogingen van Tascii en eysenburger niet weinig steun ontvangen. Maar zij vonden een nog veel krachtiger medewerker in Cai.vijn, die, uit Geneve verdreven, zich na een kort verblijf te Bazel in September 1538 op uitnoodiging van «utzer te Straatsburg had gevestigd, waar hij door den Raad tot predikant bij de talrijke gemeente van Fransche vluchtelingen werd aangesteld.

Evenmin als de oudere schrijvers over Cai.vijn heeft Doi'mergue in zijn kort geleden verschenen prachtwerk diens betrekking tot en arbeid onder de Straatsburger Doopsgezinden ook maar eenigszins voldoende behandeld. Daar dit deel der pastorale werkzaamheid van den Geneefschen Hervormer echter onze bijzondere belangstelling wekt, is het hier de plaats om bij dit onderwerp opzettelijk stil te staan.

Van de Doopsgezinden, met wie hij daar in nauwe aanraking kwam, had hij er verscheidenen reeds te Geneve ontmoet. Het is noodig die vroegere kennismaking in dit verband te bespreken om zijn invloed op hen te Straatsburg te kunnen verklaren. In het begin van 1537 verschenen te Geneve eenige Doopsgezinden uit de Nederlanden afkomstig, wier prediking er spoedig ingang vond, tot grooten schrik van Calvijn en zijn ambtgenoot Farel, die toen toch reeds

Sluiten