Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had hij zich in Augustus 1538 daarheen begeven. Zij werden er gevangen genomen en voor een rechtbank, waarin ook eenige geestelijke heeren zitting hadden, verhoord. De barbier, een vrij ontwikkeld man, ') beleed o. a., dat de ziel na den dood niet terstond naar het paradijs of de hel gaat, maar in slapenden toestand blijft tot den dag des oordeels. Daar alle drie bij hun geloof volhardden, werden zij veroordeeld om in den Moezel te worden geworpen. Met den zak, waar zij ingenaaid zouden worden, op den rug, werden zij naar de plaats der terechtstelling »de brug derDooden» gebracht. Twee hunner gingen blijmoedig en standvastig in den dood, de derde echter, die uit Montlhery, versaagde nog op het laatste oogenblik en riep, dat hij zich wilde bekeeren. Den volgenden dag zwoer hij zijne dwaling af, waarna hem met een gloeiend ijzer een M 2) op den blooten schouder gebrand en hij voor eeuwig uit de stad verbannen werd.

Hun lot kwam ook Calvijn, kort na zijne komst te Straatsburg, ter oore. Kenmerkend voor zijne toenmalige gezindheid jegens de Doopsgezinden is de wijze, waarop hij hun marteldood aan farel mededeelde: »Cu 111 apud Mediomatrices3) omnia religioni infesta forent, et senatu in ejus excidium conjurato, et adnitentibus furiose sacrificis, illue quoque fex anabaptistarum, ad excitanda nova offendicula, penetravit. Duo in Mosellam praecipitati, tertius exilio cum stigmatis ignominia mulctatus. Quantum assequi potui conjectura, tonsor ille et comes Hermannh) unus eorum fuit. Vereor ne lues ista late inter simpliciores grassata sit ea in urbe.«5)

Eenmaal te Straatsburg, duurde het niet lang of Calvijn kwam er met de Doopsgezinden in aanraking. Door de

') »Assez lettré«, staat er in de kroniek van Metz, door Huguenin uitgegeven. bij Herminjard, /.<•., v, p. 112. In dien tijd was een barbier, wat wij een chirurgijn noemen ; hij stond in ontwikkeling en maatschappelijken rang veel hooger dan de liedendaagsche kapper.

') Ik weet niet, wat deze M beteekent, misschien Metz.

5) Mf.tz. «) Herman uit Gerbihan.

6) Calvijn aan Farel ii September 1538, Calv. 0//., X, Nr. 140.

»3

Sluiten