Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding met de Doopsgezinden verdacht,') aan Capito's besliste uitspraak valt moeilijk te twijfelen. Ik houd volz dan ook voor een geestverwant niet van de Doopsgezinden, maar van schwenckfei.d. Evenals deze had hij allerlei bezwaren tegen den kinderdoop, 3) evenals deze meed hij het avondmaal. Wanneer hij met de denkbeelden der Doopsgezinden had ingestemd, zou zijne herroeping, 3) welke hij voor de geheele gemeente voorlas, wel anders hebben geluid : zij handelt alleen over het avondmaal.

Het is niet bekend, hoeveel Doopsgezinden Calvijn te Straatsburg heeft bekeerd; volgens Beza een zeer groot aantal. 4) Omdat hierin ook hunne kinderen, door Calvijn gedoopt, begrepen zijn, zou men door dit bericht op een dwaalspoor kunnen komen. Het aantal volwassenen, die Calvijn door twistgesprek en overreding tot herroeping heeft gebracht, is beperkt; immers verreweg de meeste Doopsgezinden te Straatsburg waren Duitschers. Ongetwijfeld heeft hij echter vele kinderen in zijne gemeente opgenomen. Juist met het oog op hen heeft hij het doopsformulier, daar in de Hervormde gemeente gebruikelijk, niet over-

') Fai'lus Eagjus schreef 12 I)ec icifi

' „ ... 12 vee. 1530 aan Martini s Kreciit te Ulm,

"■ IX' P' 2°T- «Commonefecit Balthasar tuus ejus, de quo, Cum

super.or.bus d.ebus tecum essem, i.Uer „os Commentabamur, de Catabaptisti, n.mirum a nost.is ad tuos mittendis. Ego interim onmibus modls o leram «led. ut eert. qu.ppiam ad te scriberem, sed frustra hactcnus. Conveni namque et .psum Abbatem Vohium volens ex ipso cognoscere, qui nam siut Ulmcl,ses .11,, qu. ejectos hmc Catabaptistas ad se mitti velint. Verum ut est sent-s astutus, mulieres quasdam praedivites esse respondit: at ipsarum nomina indicare nolu.t, praetexens .gnorantiam. Allocutus sum et hac de re I). Bucerum qu. quiden. non quoslibet, sed Sclnvenkfeldianos duntaxat a tuis recipi putat. liet vermoeden van Fagrs, dat Vol.z in na«We betrekking tot de Doopsge-' z inden stond. word. ontzenuwd door de meening van Butzer, da. hier sprake is van Schwenkfeldianen.

,CAP,T° Schrecf aan U'™ER: "Subodorabar ilü (Volsio) displicere paedobaptismum, quae res animum meum gravius perpuliu.

3) Gedrukt bij Kuituren. Alitlheilungen, III. s. 218.

<) »I1 (Calvin, ramena a la foy un fort grand nombre d'Anabaptistes q.'on luy adresso.t de toutes parts«, Calv. opp., XXI, p ji

Sluiten