Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het groote congres van 1557 en met de samenkomst van 1559, waarop de Hoogduitschers door de Nederlanders werden gebannen.

De verklaring der opstellers van het meegedeeld »Verdragh«, dat »sij van den Broederen in Nederlandt veroorsaeckt, ende van den Broederen, die men Hofmenschen noemt, aengesocht sijn geworden van de Menschwerdinge Christi te spreken,* wettigt m. i. het vermoeden, dat er op de vergadering in 1555 een samenspreking van Duitschers en Nederlanders heeft plaats gehad. Op het congres in 1557, dat veel talrijker bezocht was, verschenen ook afgevaardigden van Moravische gemeenten. Daar kwamen vijftig dienaren en oudsten uit Moravie, Zwitserland, den Breisgau, Zwaben, Wurteinberg en den Elzas bijeen. De aanleiding tot deze samenkomst was een hevige twist, die onder de »Schweizerbrüder« tusschen de oudsten tlleohald en Farwendkl te Worms en te Creuznach was ontbrand') »om der erfsonden ende om der sonde der sielen ende des vleeschs«. De bijzonderheden van dezen strijd zijn ons onbekend; alleen weten wij, dat 14 a 1 500 broeders zich aan de zijde schaarden van Farwendel, al werd hij door zijn tegenstander voor een valschen profeet, een afvallige, ja voor een godloochenaar uitgemaakt, en dat de twist op de vergadering te Straatsburg in 15 57 is bijgelegd.

Nog een ander vraagstuk kwam hier ter sprake. Het zinnelooze drijven van leenaert Bouwens, waartegen een deel der Nederlandsche Doopsgezinden in verzet was gekomen, had ook de Hoogduitschers geërgerd. Toch hoopte Bouwens, vooral toen het hem gelukt was Menno slmons voor zich te winnen, dat hij zijne gevoelens in de Duitsche

meeuing verschillen: »de Mecherlanders die comen met ons (de Gereformeerden) hierin overeen.« Door deze beweringen van Dathkni'S samen te voegen en ze met de vergadering van 1555 in verhand te brengen, zijn vermoedelijk de onjuiste berichten bij Omrs, die ook Beck, /. c., S. 226 heeft overgenomen, ontstaan.

l) Keck. /. c.} S. 226.

Sluiten