Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

parlé. Mais dcpuis qn' une tclle absurdité a estc repudiéc de tous, cotnme repugnante au sens hutnain, en sorte </ite les premiers aucteurs Diesmes en avoyent honte: ceux cy l ont prinse comme a refuge, cet.«

CALVIJN getuigt elders — aan het begin van cle Brieve Instruction ') — van de »sekte der Doopsgezinden«, dat zij in tegenstelling met de Libertijnen het gezag der heilige Schrift erkent, en dat er een gemeenschappelijke basis is, vapwaaruit men met haar tot overeenstemming kan komen: »Car pour le moins, elle re^oit 1'Escriture saincte, comme nous. Si on vient a traicter avec les sectateurs d'icelle, on sait en quoy on differe d avec eux: ilz donnent a entendre leur conception: et en la fin on sait en quoi on est demeuré d'accord, et quclle controversie il y reste.«

Doumergue's onjuiste beoordeeling van de Doopsgezinden is des te meer te betreuren, omdat zij in die kringen van ons vaderland, waar zijn standaardwerk de meeste lezers zal vinden, bij de Gereformeerden, eene eenzijdige en valsche voorstelling2) zal bestendigen. doumergue schijnt, evenmin als onze Calvinistische landgenooten, de nieuwere onderzoekingen op dit gebied van mannen als Beck, keli.er, loserth, hegler e. a. 3) de aandacht waard te hebben

l) Calv. opf., VII, p. 53.

a) Kuypkr, Het Calvinisme, Zes Stone-Lezingen. 18 bl. 23, maakt zich van de Doopsgezinde beweging met de volgende willekeurige algemeenheden af: het standpunt van het Anabaptisme was, »I°. dat de ongedoopte wereld onder den vloek lag, weshalve de Anabaptist zich onthield van alle bemoeiing met de burgerlijke instellingen; en 2°. dat de kring van den Doop geheel het burgerlijk leven onder zijn hoede had te nemen en te herscheppen; en zoo sticht Tan van Leyden zijn monsterrijk te Munster, en huppelden de Naaktloupers door Amsterdams straten». Hoekstra. De Dooperschen. Historisch overzicht en beoordeling. 1900. geeft van de denkbeelden en beginselen der Doopsgezinden een niet minder scheeve en onware voorstelling, waarvoor dan ook geenerlei gronden worden bijgebracht.

a) Vooral de geloofsliederen der Duitsche en Nederlaudsche Doopsgezinden, grootendeels martelaarszangen, waarvan er in de laatste jaren een groot aantal aan het licht zijn gebracht, hebben het Anabaptisme van zijne edelste zijde

Sluiten