Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het rechtvaardigingsbeginsel vloeit voort, dat het religieus bewustzijn zich aan Christus zelf moet vasthouden, niet aan de sleutelmacht van de organen der Kerk. Tegenover de door hen uitgeoefende voogdij staat de vrijheid van den Protestant, die niet in den priester, maar alleen in Christus, het hoofd van de zuivere religieuze gemeenschap der geloovigen, den waren en eenigen middelaar ziet ').

Deze gedachten, waarvan de Hervormers zijn uitgegaan, zijn in hunne Kerken niet tot haar recht gekomen. Immers deze werden spoedig tot machthebbende instellingen, die gezag oefenden over de geheele burgerlijke samenleving, tot volkskerken, waarin aan ieder het geloof werd opgelegd. Velen, die het optreden der Hervormers aanvankelijk met instemming hadden begroet, wendden zich van hen af, toen zij zagen, dat hun streven uitliep op eene Kerk, die zich nauw aansloot aan de overheid en waarin ook weer geestelijken en godgeleerden den toon aangaven. Juist deze ontwikkeling der Luthersche en Gereformeerde Kerken, haar verbond^met de staatsmachten, haar toenemende verwereldlijking heeft de Doopsgezinde beweging in het leven geroepen. Zij wilde eene gemeente van vromen, een kring van Christenen vormen, die werkelijk ernst maakten met de eischen van het Evangelie. Zij bedoelde eene vrijwillige aaneensluiting van allen, die geloofden en zich in waarheid bekeerd hadden, tot eene levende gemeente van Christus te midden der wereld, tot een kring van geloovigen, die afgezonderd van de wereld in broederlijke eensgezindheid Christus navolgden.

Hoe gerechtvaardigd deze wenschen waren, en hoezeer zij in de lijn liggen van de grondgedachte der Hervorming, blijkt nergens duidelijker dan uit het feit, dat LUTHER zelf in de eerste jaren van zijn optreden gedachten heeft uitgesproken, die in dezelfde richting, als de Doopsgezinden insloegen, leidden. »Diejenigen,« schreef hij in 1526 *')» ,so mit Ernst

Verhel. Nrrscn, Dogma/ik, S. 250.

2) Luther, Deutsche messe unJ ordnung Gottis dimsts, Wittemberg 152 , ij Richter, Evangel. Kirchenordnungtn iles 16 JahrhI, S. 36.

Sluiten