Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk een instituut tot verkondiging van het Evangelie van Christus en tot Christelijke opvoeding van het geheele volk.') Zij moest- hare deuren wijd open zetten en allen, die niet uitdrukkelijk weigerden Christen te heeten, ook onmondigen en lichtzinnigen, opnemen. Hij hield elke Kerk voorchristelijk, waarin de leer zuiver werd gepredikt en de sacramenten op juiste wijze uitgedeeld. »Wo man christlich lehret, da ist eine Kirche; ist aber Unkraut darunter, das musz man gedulden bis/, zur Krndte, es sei denn dasz es also hervorbreche, dasz man es mit Nutzen utid ohne Nachtlied des Waizens könne ausrotten, welches aber allewcge nach der vielgemelten christlichen Ordnung geschehen soll.« 2) Hij wenschte kerkelijke tucht om daardoor den uitgeslotene tot zelfinkeer te brengen en anderen voor verleiding te behoeden. 3) Geheel anders was de zienswijze der Doopsgezinden. Volgens hen behoorde de gemeente eene vereeniging van louter vromen en rechtschapenen te zijn, »niet door dwang, maar vrijwillig, doordat God hen had doen wedergeboren worden, bijéénvergaderd*. Al wat onrein en onheilig was, moest verwijderd worden. De ban was het middel om de gemeente rein, zonder vlek of rimpel, te houden. Eene gemeente, die lichtzinnigen en zondaren in haar midden duldde, kon volgens hen op den Christelijken naam geen aanspraak maken. Vooral dit verschil van denkwijze omtrent kerk en ban verklaart het geringe resultaat van BUTZER's bekeeringsarbeid onder de Doopsgezinden.

Aan de hand van de geschiedenis der Straatsburger Doopsgezinden heb ik trachten in het licht te stellen, wat de oorsprong en het kenmerk der Doopsgezinde beweging is geweest. Ik ben daarbij tot de slotsom gekomen, dat zij wel in denzelfden bodem wortelde als de Luthersche en de

') Rieker, Grundsiitze reform. Kirchtnverfassung, 1899. S. 64. a) Z. h. Th., 1858, S. 632.

>) Z. k. Th1858, S. 642.

Sluiten