Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ginrr voort: subject van rechten is in waarheid alleen de mensch, terwijl deze voorwaarde bij die gemeenschappen niet vervuld wordt. liet hierdoor ontstane conflict tusschen den feitelijken toestand en het vooropgestelde beginsel kan slechts hersteld worden door een „Gedankenoperatiori', tengevolge waarvan voor die rechten en verplichtingen een subject wordt geschapen, gefingeerd. l)

ln deze beschouwingswijze treft onmiddellijk, dat ze in hare eindconclusie zich zelve tegenspreekt; zij erkent immers, juist door het fingeeren van een subject, zoo manifest als mogelijk is, dat dit in werkelijkheid niet aanwezig is, terwijl haar punt van uitgang dit als onomstootelijk stelt. Daarom neemt ze wel hare toevlucht tot verdichting, maar dat vermeende ontbreken van subject kan toch door fictie niet hersteld worden; want deze geeft immers geene werkelijkheid. De ware samenhang tusschen de feiten en het rechtsbegrip kan derhalve niet aldus verklaard worden. De fictie een ware detts er machina! Groote bezwaren van constructieven aard levert ook deze zienswijze op, zoodra ervan rekenschap wordt gevraagd, wat dan eigenlijk tot persoon wordt verheven. Zien we Uiiger -) schrijven, dat het „Substraf' verpersoonlijkt wordt, — Wind-

1) Vgl. Windscheid, „Lehrbuch des Pandektenrechts" §57: „eine juristische Person ist eine nicht wirklich existirende, sondern nur vorgestellte Person..."; Mr. C. Asser, „Handleiding Ned. Burgerl. Recht," le dl., bl. 512: „Hunne rechtspersoonlijkheid is niet als van zelf aanwezig, maar veeleer aan eene rechtsfictie te danken."

-) Kritische Überschau, Bd. VI, bl. 159.

Sluiten