Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl ook B. en C. ditzelfde beoogen, ontstaat uit dit hun gemeenschappelijk doel eerst dan eene eenheid, wanneer zij zich hun gemeenschappelijk wit bewust worden en samen den wil bindend te kennen geven, om ter bereiking daarvan samen te werken, zóó dat de verwezenlijking van het doel onmiddellijk ten bate der eenheid als zoodanig en eerst middellijk ten bate van hen zelf komt. Deze eenheid wordt dan gevormd uit den wil (als enkelheid in onze vergelijking) der zich vereenigende personen „kraft dessen Sie sicli einern höheren, fiir einen bestimmten Zweck einheitlich gestalteten Organismus einreihen". 1)

Het hieruit ontstane „xociale ort/auiswe' heeft dezelfde hoedanigheid, welke de samenstellende enkelheden in zich dragen, n.1. wil te zijn; en in overeenstemming hiermede spreekt ook het Reichsgericht van „einen Willen der juristische Person", die „aus den Willen der einzelnen Mitglieder gebildet" wordt, maar „nicht gleich der Summe der Einzelwillen" is. (Verscheiden beslissingen, waaraan dezelfde gedachtengang ten grondslag ligt, bij Gierke in een opstel: „Besprechung reichtsgerichtlicher Entscheidungen".) 2)

De kern der rechtssubjectiviteit van den individueelen mensch is derhalve, volgens de organici, geene andere dan die van den door ons besproken associatie vorm.

Zelfs wordt de gelijkenis tusschen de persona naturalis en de persona juridica door hen nog verder uitgebeeld

i) O. Balir, der Rechtsstaat, bl. 30.

-) Jherings Jahrbiicher f. d. Dogmatik, Bd. 35, blz. 137—254.

Sluiten