Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden te hebben, aangetoond te hebben, dat in den grond der zaak de rechtssubject)*viteit van beide dezelfde is.

Nu is mij reeds deze eerste stelling, dat 's menschen wil de I)ron is zijner persoonlijkheid, volstrekt geen axioma. ll< begrijp althans niet, dat een kind onderwerp van rechten zou zijn tengevolge der aanwezigheid van eeuen wil; nog moeilijker is dit te aanvaarden ten aanzien van den krankzinnige. \\ anneer we nu zien, dat een krankzinnige evenzeer rechtsvatbaar is als de gezondzinnige, de door het recht als ontoerekeningsvatbaar gestempelde evenzeer als de toerekeningsvatbare dan schijnt mij, dat de rechtsvntbaarheid van den nienseh bloot en alleen haren grond vindt in de omstandigheid dat hij een inensch is.

Hij het pasgeboren wezen hangt zijne rechtsvatbaarheitl niet at van de uitkomsten eens onderzoeks naar zijnen wil; door het feit der geboorte als inensch is men rechtsvatbaar. Zelfs de iiasciftini* is onderwerp van rechten, „zoo dikwijls deszelfs belang het vordert,'' (art. 3 H. \V.)

Indien dus de organici door bij zekere gemeenschappen eenen wil aan te toonen, meenen hierdoor hare rechtssubjectiviteit verklaard te hebben, dan kan dit mij niet afdoende zijn

Maar ook, indien dit al zoo ware, — de door hen geconstrueerde ,,Gexruirmficillcii is mij niet recht aannemelijk.

Gelijk bij den inensch — zoo luidt het bij hen — de wil lichamelijke werktuigen behoeft 0111 aan haar

Sluiten