Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Strijd met het stellige recht ontstaat door deze constructie en wijze van uitdrukking evenmin ; immers den weerklank daarvan treffen we aan in art. 582 B. W., naar luid waarvan „zaken aan eene gemeenschap behoorende de zoodanige zijn, die het gezamenlijk eigendom zijn van een zedelijk lichaam", d. i. die het eigendom zijn van de gezamenlijke tot een zedelijk lichaam vereenigde personen. ')

W aar nu eenmaal ook door het positieve recht erkend is 2j een zoodanige associatievorm, dat men niet in zijn persoonlijk vermogen wordt verbonden voor hetgeen ten name der corporatie geschiedt, maar dat alleen het in gemeenschap gebrachte kapitaal verplicht wordt, daar schijnt mij de verklaring van dit rechtsinstituut op de hierboven omschreven wijze eenvoudig en juist te zijn.

De gezamenlijke vennooten met het in gemeenscha]) gebrachte kapitaal vormen de vennootschap; gezamenlijk zijn zij schuldeischer en schuldenaar, terwijl ieder individueel aandeelhouder niet in onmiddellijke rechtsbetrekking staat tot derden, noch onderling, maar alleen tot de vennootschap (de gezamenlijke deelgenooten).

Meestal bestaat de vennootschap uit een groot aantal aandeelhouders, zoodat in het algemeen het niet wM

1) Molengraaff, Leiddraad, bl. 110.

2) Vgl. artt. 1691, j°. 1698 13. \V\; en voor de naamlooze vennootschap: Voorduin, Gescli. en beg. d. Xed. Wetb., dl. 8, bl. 166 vlg.

Sluiten