Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, eene algcmeene opdracht. Aan de dienstbetrekking, waarin zij tot de vennootschap staan (met de daarin opgesloten „lastgeving"), ontleenen zij de bevoegdheid tot de dagelijksche leiding en vertegenwoordiging.

In die hoedanigheid zijn ze reeds terstond onderworpen aan de bepalingen van lastgeving in den 17den titel van het ie Boek van het Burgelijk Wetboek.

Derhalve is de bestuurder krachtens art. 1S3S B. W. niet alleen aansprakelijk wegens kwaad opzet, maar ook wegens verzuimen, welke hij bij het volvoeren van zijnen last mocht hebben gepleegd.

Zal in sommige gevallen aangetoond kunnen worden, dat er van de zijde des bestuurders ..kwaad opzet" in het spel is, neteliger wordt de vraag, wanneer van een zoodanig verzuim sprake is, dat hij voor de schade, daardoor veroorzaakt, vervolgd zal kunnen worden.

Van een den dader of nalatige toerekenbaar verzuim zal in liet algemeen theoretisch niet de rede zijn, indien „overmacht" of „toeval" het nadeelig gevolg heeft teweeggebracht; evenwel met deze beperking, dat de werking van het „toeval" niet door een verzuim bewerkt zij.1) Practisch evenwel staan we hiermede voor een paar begrippen, die ondanks de vele literatuur, die daara an gewijd is, nog steeds eene scherpe belijning missen.

Ook de mate van zorg zelf, waar die in het burgerlijk

*) Diephuig, Hot Neilerl. Burg. Ileclit (1890), dl. 13, bl. 55.

Sluiten