Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemers en derden, zou toch liet karakter der X. V. en de plaats, die daarin wordt ingenomen door aandeelhouders, zich verzetten tegen eene gelijkstelling van dezen met derden.

Aandeelhouders zijn derhalve nooit degenen, die op geenerlei wijze in het kapitaal deelnemen.

In het algemeen zijn derden: de personen, die anderen zijn dan aandeelhouders; in het bijzonder: zij, die tot de vennootschap in eenigerlei crediteursverhouding staan en zij die zich met haar in betrekking stellen; contractanten niet de vennootschap in de verscheidenheid, die door haar bedrijf mogelijk is: leveranciers, afnemers, credietgevers, pandbrief- en obligatiehouders, soms ook personen, die tevens aandeelhouders zijn.

Dat in onze vennootschapswetgeving van de obligatiehouders geen gewag wordt gemaakt, kan aan den wetgever van 183S niet verweten worden, daar de geldverschaffing in den vorm van obligatieleening eerst in den jongeren tijd tot vo!le ontwikkeling is gekomen.

Xaar het criterium, hetwelk ik voor ,,aandeelhouder" stelde, vallen dan ook de obligatiehouders onder derden; de obligaties zijn in het bijzonder beleggingswaarden, d. i. meestal geven zij eene bepaalde rente, waarop de houders als crediteuren der vennootschap aanspraak kunnen maken. (Dit blijkt ook duidelijk bij de liquidatie, als wanneer zij hunne vorderingen kunnen doen gelden, alvorens er voor dc aandeelhouders sprake kan zijn van het liquidatie-quotum.

Sluiten