Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a fait, en agissant au nom du mandant, ce qu'il était autorisé n faire; elle doit donc, pour n'être pas trompée, pouvoir recourir contre le mandataire, le ras échéant oiï le mandant, dont les ordres out été transgressés, se refuserait a ratifier." ')

Zal liet nu hij bestaan van gepubliceerde statuten anders zijn .J Ook hier is de vennootschap niet tot nakoming verplicht, wanneer een derde, verzuimende de statuten na te zien, niet den bestuurder een antistatutair contract sluit ; maar de zich als tot het contract bevoegd gedragende lasthebber zal jegens den derde, die door zijne voorgewende bevoegdheid bedrogen werd, gehouden zijn de schade te vergoeden. i)

De enkele publicatie der statuten mag men ten aanzien van den derde niet beschouwen als „behoorlijke kennisgeving van den last", waarvan art. 1843 R W. spreekt. Ignorantia facti plerumque excusatur.

Ken derde, die de onbevoegdheid van den bestuurder kent, of van wien men niet kan zeggen, dat hij te goeder trouw is, zal tegen den bestuurder in geheel andere positie staan. 3)

J) Marcadé (Pont), dl. 8, 548, §1057; Opzoomer (1887) dl. II, bl. 65.

-) „Das Vertrauen auf das Wort des Vertreters kann nicht ohne \\eiteres als Fahrhiseigkeit ausgelegt werden." Staub, Commentar ad § 58, Anm. 54.

3) Vavasseur, a. w. no. 821: „Car en génural un mandataire (]ui a commis un exces de pouvoir n'est pas garant s'il a donnc aux tiers avec lesquels il a contracté une suffisante connaissance de ses pouvoirs (art. 1!I!I7 C.C.). II n'est pas responsable qu'envers les tiers de bonne foi auxquels il ne justifierait pas avoir donné cette connaissance."

Sluiten