Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet in den zin der wet derde was; dat ook al ware het anders en de eischer volgens de wet als derde te beschouwen, hij den gedaagde niet voorde schade, door hem tengevolge der bruikleening geleden, zou kunnen aanspreken, daar de wet, uit den aard der zaak die bijzondere bescherming slechts kan verleenen aan dien derde, welke, niet bekend met den inhoud der statuten, te goeder trouw kon meenen dat de rechtshandeling

O'

welke hij niet den directeur aanging, binnen den krin<' van diens bevoegdheid lag en dat liet hem door dien directeur gegeven bewijs, uit kracht van de statuten, rechtsgeldig was, niet aan een derde, die, met de gebreken daarvan bekend, het risico daarvan op zich nam .. .

Ook hier dus wordt in al. 2 gelezen,, eene bijzondere bescherming", die door mij, buiten al. 2 0111, reeds aanvaard wordt uit de beginselen van lastgeving. Indien derhalve de eischer voor zijne vordering geen beroep deed op art. 45 al. 2, dan is hij onontvankelijk verklaard op rechtsoverwegingen, die niet ter zake waren; al zou ook zijne vordering behooren afgewezen te zijn, indien alleen de bepalingen van lastgeving overwogen Maren; want ook m. i. is de commissaris eener N. V. niet een zoodanige derde, dat hij te goeder trouw onbekendheid met des directeurs bevoegdheid zou kunnen opwerpen.

Indien dan na deze toelichting, niettemin de afwijkende meening onzer schrijvers ten opzichte van art 45, lid blijft bestaan; indien ook door de Staatscommissie

Sluiten