Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïecht „van zijne zaak het vrij genot te hebben en daarover op de volstrektste wijze te beschikken, mits hij er geen gebruik van inake strijdende tegen de wetten

of de openbare verordeningen en mits men aan

de rechten van anderen geen hinder toebrengre... "

u O *

Hoewel ik uit den tekst der wet eene duidelijke tegenstelling meen te mogen zien tusschen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke beperkingen (onder de laatste vallen dan persoonlijke en zakelijke rechten,) is meermalen onder „rechten van anderen" ook hunne ,,belangen verstaan. De jurisprudentie levert voorbeelden op, dat een op zich zelf geoorloofd gebruik van den eigendom in de verplichting stelt 0111 de schade, daardoor door een ander geleden, te vergoeden. (Het verspreiden van ongezonde dampen, het neerslaan van rook uit eene fabriek en dergel.) Eene zoodanige uitbreiding van „rechten" tot „belangen" schijnt ook mij niet gerechtvaardigd; 1) slechts de wet kan daarin voorzien. En zoo bleet dan ook de Hinderwet niet uit, 2) die in haar art. 1 bepaalt; „Het is verboden inrichtingen, welke gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken, op te richten, zonder vergunning, welke, behoudens de bij deze wet gemaakte uitzondering door het Gemeentebestuur wordt gegeven." 3)

x) Opzoomer, dl. III, bl. 235.

-) 2 Juni 187.), St. no. 95; laatstelijk gewijzigd 24 Juni 1901, St. no. 161.

3) Vgl. nog: De wet op het Auteursrecht, 1881 (St. 124); de wet op de Fabrieks- en Handelsmerken 1893 (St. 146).

Sluiten