Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„IVaar het oordeel van den Minister valt valschheid in balansen onder art. 240 (nu art. 225} in al die gevallen waarin zij strafbaar behoort te zijn, met andere woorden, in al die gevallen waarin uit hun gebruik eenig nadeel ontstaan kan." En vervolgens gaat de Minister aldus voort: „Dat de balans in het algemeen soms tot bewijs van eenig feit kan dienen wordt door de meerdeiheid der ( ommissie niet ontkend. De minderheid toont het ten duidelijkste aan voor zooveel betreft naamlooze vennootschappen."1)

Omtrent de „balans' der N. V. behoeft dus geen twijfel te bestaan. Maar de bestuurder biedt aan eene „conceptbalans '; hij stelt eene (concept)balans op, terwijl de algemeene vergadering de balans als zoodanig y«y/stelt.

Xu is beweerd, dat eene in de algemeene vergadering tei goedkeuring aangeboden balans is „een stuk zonder waarde , 2 waarmede de Hooge Raad zich vereenigde, zeggende in de dertiende overweging): „dat toch eene ter algemeene vergadering eener naamlooze vennootschap aangeboden balans en winst- en verliesrekening moet beschouwd worden als eene eenzijdige opgave aangaande den stand van zaken dier vennootschap en niet kan strekken tot bewijs der juistheid van hetgeen is vermeld."

Men zal mijnen eerbied voor ons hoogste rechts-

x) Spatieering van mij.

Deze beschouwing werd voorgedragen door den pleiter in de cassatie-procedure der zaak Noëls van Wageningen, waarin de H. R. uitspraak deed bij zijn arrest (1002) W. no. 7821.

Sluiten