Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet een paar droppels UNO, en een paar droppels - "Ai KNOj-opl. eene roode kleurstof, <Iuitgeschud kan worden door azijnaether en amylalkohol, doch niet door aetlier en chloroform. Dij spektroskopisch onderzoek geeft de kleurstof eene streep in het groen; door alkaliën wordt de roode kleur eene bruine. Dezelfde kleurstof met dezelfde eigenschappen, behalve dat zij zich niet door azijnaether laat uitschudden, ontstaat, wanneer men aan de waterige oplossing van skatolcarbonzuur toevoegt: HC1 en chloorkalk of 2 a :5 dr. HC1 en -2 a :i dr. Fe.,Cl,.-opl. (0.2:100).

De hoeveelheid skatolcarbonzuur neemt met den duur • Ier rotting toe. In alkalische oplossing wordt het moeilijk ontleed. Hoewel heide onderzoekers geneigd blijven, om. gelijk zij reeds vroeger hadden gemeend, ')» liet skatolcarbonzuur te beschouwen als het tusschenprodukt tusschen eiwit en skatol, resp. indol, geven zij toe. dat deze beide hij zonderheden daartegen pleiten.

Ken enkele maal vonden zij na rotting geen skatolcarbonzuur, maar een ander zuur met smeltpunt: 1.54° C., dat zij evenwel niet analyseerden.

Later heeft E. Salkowski 2). naar aanleiding van Nencki's onderzoekingen, dit zuur nog onderzocht en gevonden, dat liet skatol azijnzuur was.

Na subcutane injectie van skatolcarbonzuur bij konijnen vond E. Salkowski 3) een gedeelte onveranderd in de urine terug, terwijl hij omtrent het lot van de rest niets kon gewaar worden. Hij meent, dat skatolcarbonzuur ook in menschel ij ke urine voorkomt.

* Ber. d.d. chem. (Jes. XIII pag. 2217 : Ueberdie skatolbildende Substan/,.

Z. i. 1'liysiol. Ch. XXV 11 pag. 302: Ueber das Vorkommen der Skatol essigsaure bei der Eiweissftlulniss.

n) Z. I. Physiol. Ch. IX pag. 23: Ueber das Verhalten der Skatolcarbonsüurc iiii Organismus.

Sluiten