Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de skatolgroep van liet eiwit schrijft E. Salkowski ') de reactie van Adamkiewicz toe en eveneens de xanthoproteïne-reactie.

Daar intnssclien Fischer2) synthetisch skatol uit phenylhydrazinpropylaldehyde had bereid, heeft Mester s) nog eens nagegaan, welke resultaten hij kon verkrijgen door aan honden groote hoeveelheden skatol toe te dienen. Een tlinke hond kreeg in 3 weken :>0 gr. skatol. De urine gaf door toevoeging van sterk HC1, vooral bij verwarming, eene sterke skatolroodreactie. /ij reduceerde alkalische koperoplossing en in den polarimeter gaf zij eene linksdraaiing van 1.5" bij ccnc buislcngte van '20 c.M. Dc hoeveelheid gepaard zwavelzuur was sterk vermeerderd. Toch kon hij geen skatoxylzwavelzuur uit deze urine verkrijgen. Bij eene tweede proef was de hoeveelheid gepaard zwavelzuur niet vermeerderd, hoewel de urine veel skatol rood leverde. Met nog andere proefhonden vielen <le resultaten geheel verschillend uit. In het gunstigste geval beantwoordde de vermeerdering van gepaard zwavelzuur hoogstens aan Vs gedeelte van het opgenomen skatol. Analyses van de kleurstof gaven geene overeenstemmende resultaten. Hij concludeert dan ook. dat de analogie met indol niet zoover gaat als algemeen wordt aangenomen en vermoedt, dat het skatol misschien als gepaard glycuronzuur wordt afgescheiden, zonder evenwel aan te toonen, dat de reduceerende en linksdraaiende eigenschappen der urine van het chromogeen afhankelijk zijn.

') Z. f. Physiol. Ch. XII pag. 215: Uebcr die Farbenreactionen des Eiweisses.

*) Liebig's Ann. CCXXXVI paji. 137 : Synthese von Indolderivaten.

:') Z. f. Physiol. Ch. XII pag. 130: Ueber Skatoxylschwefels&ure u. Skatolfarbstoff.

Sluiten