Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zuurstof, soort der bacteriën. Laat men n. 1. eiwit rotten door bet sereuse vocht uit de gezwellen van dieren, die aan «Rauschbrand» lijden, waarin ook de Miciococcus acidi paralactici voorkomt, dan vindt men onder de ontledingsproducten groote hoeveelheden skatol, wat, hij rotting door den «ltauschbrand» bacil alleen, nooit voorkomt.

Bij eene dergelijke rotting van lijm ontstaat nooit tyrosine, indol of skatol (Selitrenny) ').

Zeer interessant zijn ook de onderzoekingen van Cole en Hopkins i), die eene schoone bevestiging leveren van Nencki's hypothese omtrent de moederstof van liet skatol etc. in het eiwitmolecuul. Uit de produkten, verkregen bij pancreasdigestie van eiwit (speciaal caseïne), konden zij eene stof afzonderen, die de reactie van Adainkiewiez (glyoxylzuur) gaf. Deze stof lost moeilijk in koud, makkelijk in warm water op tot eene zuur reageerende vloeistof. Zij kristalliseert in lijne witte glinsterende plaatjes, die geen scherp smeltpunt hebben. Het smelten begint bij 220° 0. en eindigt bij 252° C. Bij verdere verhitting wordt zij ontleed onder C üj-ontwikkeling en ontstaat de reuk van indol en skatol. Deze is het totnogtoe niet afgescheiden tryptophaan van Neumeister •1). De analyse leidde tot de formule Cu H(ï N2 02, overeenstemmende met de empirische formule van Nencki's skatolamidoazijnzuur. Een tryptophaanoplossing niet gelatine en voedings-

') Ber. d. k. Akad. d. Wiss., Math.-Nat. Wiss. Cl. XCVIII Abtli. 11b pa?. 870: Ueber die Zersetzun? des Leimes durcli anaërobe Spaltpilze.

1 Journ. of Physiol. XXVII pag. 418: Ühemistry of proteids 1.

Jonrn of Physiol. XXIX pa?. 451: Chemistry of proteids II.

•') Z. f. Biologie N. F. Vr 111 pag. 329, Noot: Ueber die Heactionen der Albumosen u. Peptonen.

Sluiten