Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Het leek mij niet onmogelijk, dat langs indirecten weg misschien nog iets omtrent de samenstelling van het chromogeen zou te vinden zijn. Het door mij onderzochte Mg-praeparaat was van constante samenstelling ; misschien dat een quantitatieve bepaling van de daarin voorkomende zuren tot eenig resultaat zou leiden. Zooals uit een vorig hoofdstuk blijkt, had ééne azijnzuurbepaling een gehalte van 37.21 % opgeleverd.

Ik heb nog twee azijnzuurbepalingen gemaakt en eveneens twee hippuurzuurbepalingen.

I. 0|> de in hoofdstuk IV beschreven wijze werd uit 1,0139 gr. van het Mg-praeparaat het azijnzuur vrijgemaakt en afgedistilleerd. liet distillaat vereischte ter neut ral isath; = 67.4 c.c. 0.95 N—NaOlI = 3Xi,lN mgr. azijnzuur of 37,89 °/„.

Het residu werd gebruikt om het hippuurzuur in den vorm van benzoëzuiir te bepalen. Xa neutralisatie van het residu heb ik het hippuurzuur hieruit gepraecipiteerd door Fe2(SO,)3, zorg dragende, dat de reactie neutraal bleef. Het praecipitaat werd a('gefiltreerd en uitgewasselien en door H,S04 (met gelijk vol. water verdund) weer tot oplossing gebracht. Ter controle werd eene hoeveelheid hippuurzuur (0,4098 gr.) op dezelfde wijze behandeld. Deze beide oplossingen werden gedurende 15 uren gekookt in kolven met omgekeerde koelhuis, om liet hippuurzuur te splitsen in

Sluiten