Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

Ten slotte nog een enkel woord over de methode van Stokvis. In een enkel geval heb ik. om spoedig eene groote hoeveelheid chromogeen beschikbaar te hebben, gebruik gemaakt van paardenurine. Deze bevatte, zooals ik natuurlijk ook verwachtte, groote hoeveelheden skatolroodchromogeen. In plaats van (XHj ).,S(), gebruikte ik toen basisch loodacetaat. omdat de urine zich, na gebruik van dit zout, aanee-

'O

namer laat behandelen, dan bij gebruik van ammoniumsulfaat. Tot mijne verwondering echter verkreeg ik uit den azijnaether bijna geen chromogeen en tevens zoo goed als geen hippuurzuur. Dit was dan ook grootendeels als loodzout neergeslagen. De uitgeschudde urine daarentegen bleek nog eene zeer sterke skatolroodreactie te geven!

Daarna paardenurine met (XHvXSO» behandelend, verkreeg ik eene zeer rijke opbrengst aan chromogeen en hippuurzuur. In verband met het feit, dat de hippuurzuurkristallen zeer moeilijk van liet chromogeen zijn te zuiveren, moet men wel aannemen, dat de methode van Stokvis berust op do bekende eigenschap van hippuurzuur kleurstoffen mee te sleepen. Misschien bevordert ook de saturatie met (NH4)2S()4 den overgang van het chromogeen in den azijnaether.

Zoo is het ook duidelijk, dat de opbrengst van chromogeen volgens de methode van Steensma zooveel minder is dan volgens die van Stokvis. (Zie hoofdst. II).

Sluiten