Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaard als een overblijfsel der Lex Cincia. Deze wet bepaalt o. m. dat (behalve wat betreft de „personae exceptae legis Cineiae") geene andere schenking geoorloofd was dan door eigendomsoverdracht. Hierdoor was dus schenking op elke andere wijze, hetzij door stipulatie, hetzij door kwijtschelding enz. uitgesloten. De meening van Puchta l) „Durch die Beschrankung der donatio auf Eigenthumsübertragung (abgesehen von den ausgenommenen Personen) erklart sich, wie die justinianischen Institutionen durch Nachahmung eines früheren Musters (denn erfunden haben ihre Verfasser das schwerlich) darauf kommen konnten, den Titel von der Schenkungzu den Eigenthumserwerbsarten zustellen" is alzoo niet geheel onaannemelijk, alhoewel opgemerkt moet worden, dat de meeste schenkingen wel zullen hebben plaats gehad tusschen bloedverwanten, die „personae exceptae legis Cineiae" waren. Ook kan nog meegewerkt hebben, dat sommige keizersconstituties traditie eischten voor elke schenking. De latere schrijvers behandelen dan de schenking ook niet onder de wijzen van eigendomsverkrijging, doch zegt von Savigny t. a. p.: „Die meisten Neuern stellen die Schenkung unter die obligatorischen Vertrage; offenbar eben so cinseitig, da das Eigenthum, der Ususfructus u. s. w., eben so gut als ein solcher Vertrag, eine Schenkung enthalten können."

Von Savigny is van meening, dat men overal van de verkeerde stelling uitging, „die Schenkung sei ein einzelnes Rechtsgeschaft, anstatt dasz sie in der That ein allgemeiner Character ist, welchen die allerverschie-

') Institutionen II, § 20(j, noot Z.

Sluiten