Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Prof. Hamaker uitdrukkelijk als zoodanig aangeduid, de oudere leer zijn toegedaan.

^En toch met de juistheid van de meening, dat in art. 1703 B. W. de oudere opvatting is gehuldigd, staat en valt de geheele conclusie van Prof. Hamaker, die ook door mij wordt juist geacht. Het is dus de moeite waard een nauwkeurig onderzoek in te stellen. Daarbij is eene juiste beschouwing van de Fransehe doctrine van het grootste belang, al ware het slechts alleen om niet, zooals het schrijver dezes ging, na op het gezag van 1 rof. Hamaker met diens conclusie de meening aanvaard te hebben, dat de Fransehe schrijvers geheel het oudere schenkingsbegrip aanhangen, bij nadere kennisneming de eerst zoo duidelijk geworden scheiding tusschen ouder en nieuwer begrip geheel te zien verduisteren en daarvan, na lang in duisternis te hebben rondgedoold, niets duidelijk te zien overblijven dan deze scheiding tusschen Fransehe doctrine en de leer van von Savigny" overeenkomst of niet, van welke onderscheiding men intusschen heeft leeren inzien, dat daarin niet de beslissing kan gelegen zijn, die men zocht.

Art. 1703 B.W. luidt: „Schenking is eene overeenkomst, waarbij de schenker bij zijn leven om niet en onherroepelijk eenig goed afstaat ten behoeve van den begiftigde, die hetzelfde aanneemt." Dat de schenking ^ an onzo wettelijke definitie eene overeenkomst is, staat daarin duidelijk te lezen. Dit verschil tusschen de oudere on nieuwere opvatting is alzoo in onze omschrijving X as^Selegd, doch hiermede zal ik mij voorloopig niet bezig houden. Maar ligt in ons artikel ook het andere kenmerkend onderscheid n. 1., dat de wettelijke definitie

Sluiten