Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Bij do bespreking van de vraag, die ik op blz. 21 liet rusten, n. 1. of onze wet ook eene zakelijke overeenkomst van schenking kent is niet zoozeer mijn oogmerk eene beslissing dier vraag te geven, doch ik meende, dat ik een strijdvraag zoo ingeweven in de definitie van art. 1703 B. W., die ik trachtte te verklaren, hier niet geheel onbesproken mag laten en den stand dier vraag uiteen te moeten zetten; uit die uiteenzetting kan blijken, dat de vraag feitelijk buiten het kader der schenking valt, van geheel theoretischen aard is, en hare oplossing in dezen of genen zin voor de toepassing van het recht betreffende de schenking om het even is.

Prof. Fruin *) is de eerste, die aanstoot nam aan de redactie van art. 1703 B. W. En niet gering zijn de grieven, die hij tegen haar inbracht.

Ten eerste toch is hij van meening, dat onze wet geene andere overeenkomsten kent, dan die waaruit verbintenissen worden geboren. Do meest voorkomende vorm eener schenking n. 1., die waarbij zonder dat vooraf

') Redevoering over het Nut der Geschiedkundige Beoefening van het Fransche regt voor de wetenschappelijke verklaring onzer burgerlijke wetgeving, uitgesproken bij de aanvaarding van het hoogleeraarsauibt aan de Utreehtsche Hoogeachool op den 12en October 1859.

Sluiten