Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen, de herroepelijkheid — wordt echter het begrip scherper begrensd.

In engeren zin is schenking eene rechtshandeling, waarbij iemand (schenker, donator) uit vrijgevigheid om niet een ander (den begiftigde) rijker en zich zelf armer maakt door iets van zijn reeds verworven vermogen op te offeren, dat in den regel door den begiftigde wordt aangenomen."

Goudsmit x) : „Schenking, in den uitgebreiden zin van het woord, is elke vrijgevigheid, waardoor de een den ander vrijwillig en 0111 niet eene gunst betoont, op geld waardeerbaar. Van deze schenking in de algemeene i moet die in engere beteekenis te scherper worden onderscheiden, naarmate op de laatste alleen van toepassing zijn eigenaardige rechtsregelen,2) die bij elke andere vrijgevigheid zijn uitgesloten. Schenking dan in den eigenlijken zin, is eene rechtshandeling, waardoor iemand uit vrijgevigheid, om niet, door opoffering van eigen vermogen, een ander met den wil om hem te verrijken, toekent een op geld waardeerbaar voordeel, dat door dezen wordt aangenomen."

In de eenstemmigheid dezer schrijvers mogen we ons verheugen. Want al zijn zij niet geheel eenstemmig, veel verschil bestaat er toch niet. Voornamelijk bestaat het verschil hierin, dat waar Goudsmit steeds aanname door den begiftigde eischt, door Modderman die aanname slechts hl den regel wordt gevorderd. Dat verschil komt straks ter sprake.

Wat aanstonds in het oog valt is, dat bij beide geleerden

') Panteetensystoem, I § 08.

') „Het verbod tusschen eehtgonooten , de vormvereischton en do liorroepelijklieid,"

Sluiten