Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Zuwendung unentgeltlich erfolgt." Vgl. Dernburg. ') Ook Burckharu 2) betoogt in den breede, dat een animus donandi voor schenking niet vereischt wordt. Evenzoo stelt Planck 3) animus donandi niet als eisch.

Wordt voor schenking geen animus donandi vereischt, dan is er geen grond waarom iemand, die uit geldgebrek een voorwerp beneden de waarde verkoopt, die wegens dringende behoefte of ter voldoening aan een of andere gril eene zaak boven de waarde koopt, niet geacht zou kunnen worden te schenken. Geschieden deze handelingen met volle bewustheid van beide partijen, zijn zij het er geheel over eens, dat er bevoordeeling van een der partijen plaats heeft, terwijl echter van vrijgevigheid geen sprake is, dan vallen dergelijke handelingen ook zeker onder de definitie van schenking van het Duitsche Burgerlijk Wetboek.

Er is — wat meer is — ook alle grond om dergelijke handelingen wegens de bevoordeeling, die er in gelegen is in bepaalde gevallen niet te dulden, m. a. w. er zullen op dergelijke handelingen schenkingsregels van toepassing moeten zijn.

Wanneer de wet, hetzij ten behoeve van sommige

') Das büi'gerlicho Recht (les Dcutschen Roichs und Preuszens II, 2 § 205 n°. 6.

*) T. a. p. blz. 25 en v. en blz. 131 en v.

') liürg. Gesetzbuch II blz. 282.

Der Begriff (der Schenkung) setzt sich aus zwei Bestandtheilen zusammen. Der ersto eine Zuwendung, durch dio Jemand aus seinem Vermogen einen Anderen bereicbert, umfaszt recbtliohe Thatbestande verschiedener Art. Was allo (liesc Thatbestande zuni einheitlichen Begriff der Schenkung verbindet, ist der zweite Begriffsbestandtlieil: die Einigung des Zuwendenden und des anderen Theils über die Unentgeltliehkeit der zuwendung. In diescr den lieehtagrund dor Zuwendung bildenden Einigung liegt das kennzeiehnendo Merkmal jeder Scbonkung.

Sluiten