Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan opgemerkt worden, dat zoo dergelijke persoon geweten hadde, dat hij bevoordeeld was en er dus teruggave van het genotene kan moeten plaats hebben^ hij maatregelen zou hebben kunnen nemen, opdat eventueele teruggave hem niet in slechter conditie konde brengen, dan wanneer hy nimmer iets genoten hadde, kortom dat hij, zoo hij zich de bevoordeeling bewust was geweest, anders zoude gehandeld hebben, dan hy, onbewust van de bevoordeeling, deed, en dat het op dien giond onbillijk kan zijn, schenkingsregels op hem toe te passen. Geheel juist is dit. Wanneer men slechts er op lot, dat er schenking was en blijft, en er in de bedoelde omstandigheid alleen een speciale grond kan gelegen zijn tot beperking van de toepasselijkheid van schenkingsregels.

Terugvordering van het genotene mag dan niet plaats hebben, dan voor zooverre de bevoordeelde werkelyk is gebaat, Men vergelijke hier de bepaling van artikel 46 der Faillissementswet*).

Naar aanleiding van het standpunt van Prof. Hamaker , die leert, dat schenkingen niet alleen als het gevolg van mishandelingen kunnen intreden doch dat bloote daden, handelingen, voldoende zijn, merk ik nog dit op.

De vraag is hier al weer: Wat is eene handeling en wat is eene rechtshandeling?

Modderman 2) leert ons: „Onder handeling verstaat men elke wilsuiting, die zich naar buiten openbaart. In

') Ue begiftigde, van wien het niet blijkt dat hij met den vermogens, toestand van den schenker bekend was, is niet verplicht het door hem ontvangene terug te geven, voor zooverre hij aantoont dat hij, ten tijde der faillietverklaring, tengevolge dier schenking niet was "-ebaat ') T. a. p. I, § 72. b

Sluiten