Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoeve van den boedel de nietigheid dier handeling ingeroepen worden:

1°. bij overeenkomsten waarbij de waarde der verbintenis aan de zijde van den schuldenaar aanmerkelijk die dor \erbintenis aan de andere zijde overtreft.

2°. enz.

fn elk geval kon de bepaling gerust zoo luiden.

Het ware doctrinarisme dergelijke bepaling, af te keuren en wel zijn zegel te hechten aan eene bepaling, die langs fictieven weg hetzelfde gevolg te weeg brengt. Ho\ endien meen ik — ik heb het reeds boven bij de ontwikkeling mijner theorie gezegd — al stonde het vast, dat er bij een der beide partijen of bij beiden de bedoelde wetenschap niet bestond, dan nog zou ik terugbrenging van het voordeel in bepaalde gevallen billijk achten. Waarom zou men toch altijd alleen mogen letten op opzettelijke verkorting van de rechten des schuldeischers, waar burgerrechtelijk niet het oogmerk tot benadeeling doch het objectieve feit van benadeeling reden voor tusschonkomst der wet is.

Op den geheelen eisch van de wetenschap van beide partijen van benadeeling der schuldeischers als gevolg der handeling, hetzij die wetenschap bewezen moet worden, hetzij die bij fictie wordt aangenomen, valt heel wat af te dingen.

„De rechtsgrond" — zegt Molengbaaff l) — „van de \erplichting des derden, het door hem verkregene aan de schuldeischers terug te geven, is geen andere dan zijne medewerking aan eene handeling, of liever zyn u>rkrijgen krachtens eene handeling, waarvan hem het ten opzichte dier schuldeischers ongeoorloofde karakter ') De Faillissementswet, blz. 191.

Sluiten