Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verplicht het door hem ontvangene terug te geven, voor zooverre hij aantoont, dat hij, ten tyde der faillietverklaring ten gevolge der schenking niet was gebaat." Eene bepaling in dien geest is de eenige „natuurlijke voorwaarde" die men behoeft te stellen om de wetenschap van den bevoordeelde, dat er schuldeischers benadeeld worden, te kunnen uitsluiten.

Meen ik door het vorenstaande uit onze wet zonneklaar het beginsel te hebben opgediept, dat, opdat er schenking zij, aanname daarvan, ook als zoodanig, dooiden begiftigde niet behoeft plaats te hebben, ik moet erkennen, mijne meening, dat er schenking kan zijn, ook zonder dat de schenker zich van het door hem toegekende voordeel bewust is, kan ik uit art. 42 der Failhssementswet niet halen. Maar wel helpt mij art. 43 door het omkeeren van den bewijslast, waar het bewijs \ an het tegendeel van het bij fictie aangenomene schier niet te leveren valt.

Maar op zich zelf is die eisch van des bevoordeelers wetenschap van nadeel der schuldeischers als gevolg der handeling uit den booze. Laat ik u dat aantoonen uit de artikelen 44 en 45; zij zijn even geschikt voor myn doel en het terrein is er effener.

nietigheid van door den schuldenaar gedane schenkingen kan ingeroepen worden, mits aangetoond worde, dat de schuldenaar op het oogenblik der schenking wist, dat hij daardoor zijne schuldeischers benadeelde. Had de schenking plaats binnen veertig of tachtig dagen — naar gelang der personen aan wie geschonken werd — voor de faillietverklaring dan wordt, de bedoelde wetenschap, behoudens tegenbewijs, vermoed.

Sluiten