Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat tegenbewijs zal behalve in een hoogst zeldzaam geval wel niet te leveren zijn, maar gesteld het konde geleverd worden, of wel de curator kan, zoo de schenking geschied was vóór den termijn, dat liet vermoeden werkt, die wetenschap niet bewijzen, dan acht ik liet scherp af te keuren, dat door de omstandigheid, dat die wetenschap niet bestond, en a fortiori, dat zij niet bewezen kon worden, geene vernietiging der schenking kan plaats hebben.

Ik zal u eens een geval stellen.

Zeker persoon heeft een aanzienlijk vermogen, doch optimist als hij is, overschat hij zijn vermogen aanmerkelijk. Hij slaat zeer veel geld stuk en leent links en rechts enorme bedragen. Hij telt die geleende bedragen nooit bij elkander, is zelfs het bestaan van groote schulden absoluut vergeten en is in de meening, dat zijn actief zijn passief nog verre overtreft, terwijl hij reeds onder nul staat. Op zekeren dag schenkt hij iemand f 100000.— uit zijn nog aanwezig actief. Terstond daarna wordt hij failliet verklaard.

Gesteld nu, dat hetzij door gefaald bewijs of door geleverd tegenbewijs, in rechte moet worden aangenomen, dat de gefailleerde op het oogenblik der schenking niet de wetenschap bezat, dat hij daardoor zijne schuldeischers benadeelde. Gesteld de begiftigde, een zuinig man, heeft tengevolge der schenking geen cent meer verteerd, dan hij anders zoude gedaan hebben, zoodat hij ten tijde der faillietverklaring van zijnen schenker, met het volle bedrag der schenking was gebaat. Moeten nu de schuldeischers dat nadeel lijdelijk aanzien, alleen op grond van de omstandigneid, dat hun schuldenaar niet wist dat hij hen benadeelde, dus alleen omdat hun schulde-

Sluiten