Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitsluitende heerschappij gebragt worden eener Godsdienst van Staat, die in haar algemeenheid tegen de overtuiging en de verkregen regten van alle Gezindheden gerigt is?"') Wederom sprak ook hieruit niet een verlangen naar herstel van eene heerschende Kerk, maar hij waarschuwde slechts, dat, nu de Staat officieel met den Godsdienst had gebroken, dit niet tengevolge mocht hebben dat „nevens of over de Gezindheden een soort van eigen Godsdienst, een Christendom naar eigen verkiezing, een theo-filantropisme, een herboren Godsdienst van Staat, eene Gezindheid van een tijdelijk Bewind en van eene voorbijgaande faktie" -) werd gesteld.

Ook de gelijkstelling van de rechten der Gezindheden dreigde hiertoe te leiden. Het geloof der Gezindheden zou moeten wijken voor een conventioneel geloof :i) in al wat de Staat onder zijn eigen werkkring gelieft te brengen." „Een geloof naar den eisch der omstandigheden"; naar het inzicht van de Regeering, gefatsoeneerd naar de theoriën van de partij die de meerderheid heeft, heden van de liberalen, morgen van de radicalen en socialisten.

Aldus schetste hij het standpunt van den tegenstander: „De Staat mag niet zonder Godsdienst zijn; de Staat moet een God hebben, een afgod, dien hij naar zijn eigen beeld en gelijkenis maakt. Zie hier wat een der apostelen van het hedendaagsche ongeloofs-Evangelie in Duitschland. Gervinus, desaangaande leert. De Staat moet een

') Het regt der Hervormde Gezindheid 1*48—184!» bl. XV. ') Grondwetherz. es Eensgezindh., bl. 392.

") Zie bl. 29, noot 1.

Sluiten