Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerk het eerst, doch weldra zouden ook de andere gezindheden in hetzelfde lot deelen.

Daarom vroeg Groen „gelijkstelling"; in dit verband meer bepaald opdat het duidelijk werd uitgesproken, dat, waar de Staat alle gezindheden gelijk moest behandelen, ook de Nederlandsche Hervormde Kerk niet in hare zelfstandigheid van Staatswege mocht worden verkort.

Nimmer heeft Groen zijne meening over de gelijkheid der gezindheden voor den Staat gewijzigd. In October 1871 herhaalde hij hetgeen hij .reeds twintig jaren vroeger in De Nederlander van Junij 1851" had gezegd: „Bij eventuele Grondwetherziening zouden wij het een jammerljk overleg achten, wanneer in een verbreken van de gelijkheid der Gezindheden steun voor het Protestantisme gezocht wierd." ') Niemand heeft meer dan hij, „de staatsregtelijke gelijkstelling der gezindheden aanvaard." 2)

Wat moest worden verstaan onder „bescherming" der gezindheden, waarvoor Groen ijverde?

In een paar woorden gaf hij daarop het antwoord. „Ware de gesteldheid normaal, de Regeering zou acht geven op het criterium van de kerk, op de leer, op de belijdenis. De Regeering zou b.v. — ik provoceer geen discussie, ik geef slechts de omtrekken van ons systeem — wanneer haar het doen eener keus opgelegd is, geen leeraren der Kerk zien in hen, die wedijveren ter bestrijding van haar leer De Kerk zou volledige

'i Ned. Gf.u. III, bl. '298.

„ „ III, bl. -253.

Sluiten