Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legenheden, waar Godsdienst ter sprake komt, eigenmachtig beschikt. ')

Nu alle Gezindheden gelijke rechten hebben is de Staat verplicht voor eigen rechten even goed als voor die der Gezindheden onderling te waken, dat b.v. eene Gezindheid zich niet aanmatige eene andere te onderdrukken.

Lr bestonden vele verkeerde begrippen aangaande de positie der Gezindheden in en tegenover den Staat, b.v. dat ze in den Staat waren toegelaten, „enkel voor zoover ze bestaanbaar zijn niet de orde van zaken, met de publieke rust en niet de wet." *) Daartegenover toonde (iroen aan, dat de hier te lande bestaande christelijke kerkgenootschappen, en ook het Israëlitische, in een woord: de Gezindheden, niet getolereerd zijn bij de genade der Grondwet, maar „een openbaar en historisch aanzijn" hebben.

Hieruit vloeide voort het recht der Gezindheden, d. i. om mede te werken tot regeling van de openbare instellingen, waar Godsdienst te pas komt. Ontkende men dit recht, dan werd aldus „het revolutionair systeem van den abfiohiten Staat gehuldigd, die eene eigene Godsdienst heeft of zich aan ongodisterij overgeeft." Zulk een Staat duldt de Gezindheden, en laat alleen zóóveel godsdienstigheid toe, als hij voor het algemeen welzijn genoegzaam en voor onschadelijk houdt. Ten slotte verkrijgt men aldus „eene burgerlijke of maatschappelijke of

') adv. ii, 1>1. -24!».

Sluiten