Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politieke godsdienst van Staat, ') gericht tegen al hetgeen waarop door de Gezindheden, waarin de Natie verdeeld is, prijs gesteld wordt." -')

rDe Gezindheden zijn particuliere vereenigingen, die in haar zelfstandigheid en regten moeten worden beschermd: geen onderdeden, geen organen van den

Staat Met het oog op wat ik jaren te voren

schreef, kan bij mij nooit het denkbeeld bestaan hebben, dat de gezindheden enkel particuliere vereenigingen zouden zijn."

Het was noodig dat Groen nog eens herhaalde wat hij onder dat particuliere karakter der kerken verstond, nl. dat ze zelfstandig waren, en in geen enkel opzicht aan regeling door den Staat onderworpen. Het was noodig, omdat hem was toegevoegd: wat hij toch ijverde voor een publiek recht der gezindheden, waar hij zelf gezegd had: „de gezindheden zijn particuliere vereenigingen."

Hij erkent dit te hebben gezegd, maar verklaart het

nogmaals en vervolgt dan: „ de gezindheden zijn

ook corporatiën juri# publici. Er is tusschen haar en den Staat een soort van band."

Over dien „band" door Groen tusschen die beiden gewenscht, sprak ook de Minister van Binnenlandsche Zaken, Thorhecke. Deze betoogde, dat juist hij de vol-

'I „Een soort van godsdienstlooze godsdienstigheid (religion civile)"; Handb. der Gesch. v. h. Vaderl., 4e druk, bl. 680; Osgeloof ex Revolutie, 1868, 2e druk, noot 2 van bl. 415, op bl. 417. Zie ook terug bl. 17 noot 3.

'•) Adv. II, bl. 250.

Sluiten